Dokkumer Nije

De Dokkumer Nije zijn prachtige, kloeke, roze-gele appels. Ze hebben een korte steel, breed bruin-grijze roest eromheen, een gesloten kelkholte, en duidelijke ribben die vanaf de kelk over de vrucht lopen. Waarschijnlijk is de Dokkumer Nije triploïde, wat wil zeggen dat ze geen goed stuifmeel hebben, en dus niet geschikt als bestuiver voor andere bomen. De appels zijn plukrijp in de laatste week van september, en enkele maanden houdbaar. Wijzelf vinden de appels wat zuur en wrang, en daarom het best geschikt als moesappel. Maar toen de nicht van Dijkstra, die de appel in 1925 uit een pit zaaide, dit las, kregen we de volgende mail:

=================================================================================================================================
Onlangs was ik bij mijn tante (een nicht van mijn vader) een heel oude krasse dame van 90 jaar. Zij is een kleindochter van dhr Dijkstra uit Dokkum, die de appel “Dokkumer Nije “ heeft geteelt. Zij had een stuk in de Friesland Post gelezen over oude appelrassen en daarin stond ook de appel van haar opa. Ze vindt dit erg interessant want zij heeft de tijd dat haar opa appels teelde bewust meegemaakt. Het wekte toen ook mijn interesse en ik ging op zoek op internet.
Op de site “hoogstamfruitnh.com” vond ik wat informatie. Hier stond ook dat een kleinzoon geholpen zou hebben, weet u wie dit geweest is, misschien mijn vader, hij was ook een echte tuinman. Hij leeft niet meer dus ik zou dit graag willen weten.
Mijn tante gaf aan dat de appel geen zaaiappel is zoals overal wordt vermeld, maar dat de appel door hem is geënt op een stam. Ook zei ze dat ze vroeger deze appel altijd als handappel hadden en ze herkende niet het verhaal dat de appel wrang zou zijn en meer een moesappel.
Mijn tante heeft nog maar een beperkt wereldje van ze is erg slecht ter been en komt niet meer uit huis. Toch is ze nog heel geinteresseerd in de wereld om haar heen en heel sociaal. Ik heb haar beloofd dat ik bovenstaande zou mailen, want ze vindt het jammer dat dit verkeerd wordt vermeld (vooral dat van die zaaiappel)

=================================================================================================================================

In andere bronnen lezen we wel dat Dijkstra de appel uit een pit heeft gekweekt. Daarnaast kan hij de appel natuurlijk op grote schaal geënt kunnen hebben, om meerdere mensen een boom van dit ras te leveren.

In de vijfde editie van de "Rassenlijst voor fruitgewassen", uit 1943, wordt de appel aanbevolen: